[Regeling van 23 december 2008, Stcrt. 2009, 4. Inwerkingtreding: 10 januari 2009]

 

REGELING van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 23 december 2008, nr. DWJZ/SWW-2903108, houdende regels ter uitvoering van de Wet tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten (Regeling tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten)

     De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de Staatssecretaris van Financiën;
     Gelet op de artikelen 5, vierde lid, 7, derde lid, 8, negende lid, van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten, artikel 2, eerste lid, onderdeel a, b, c, d, e en f, van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten, artikel 6.17, eerste lid, onderdeel f en g, van de Wet inkomstenbelasting 2001 en de artikelen 29, 31, eerste lid, onderdeel c, en 33, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op de loonbelasting 1964;

     Besluit:

 

Hoofdstuk 1. Tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. zorgverzekeraar: een verzekeraar als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet.

  • b. verzekerden: verzekerden als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet.

Artikel 1a

  • 1. Als hulpmiddelen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten die recht kunnen geven op een tegemoetkoming, worden aangewezen de hulpmiddelen, opgenomen in tabel 1 van bijlage 1, mits de desbetreffende hulpmiddelen in het jaar waarop de tegemoetkoming betreking heeft, voor rekening van de zorgverzekeraar zijn verkregen.

  • 2. Als hulpmiddelen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten die recht kunnen geven op een tegemoetkoming, worden aangewezen de hulpmiddelen, opgenomen in tabel 2 van bijlage 1, mits de desbetreffende hulpmiddelen in het jaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft of in de twee daaraan voorafgaande jaren voor rekening van de zorgverzekeraar zijn verkregen of gerepareerd.

  • 3. De hulpmiddelen bij een blijvende aandoening, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel g, van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten, die recht kunnen geven op een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet, zijn de hulpmiddelen opgenomen in tabel 3 van bijlage 1.

Artikel 2

  • 1. Als een chronische groep die recht geeft op een lage tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten, wordt aangemerkt een in bijlage 2 opgenomen chronische groep waarbij de verzekerde:

    • a. in het berekeningsjaar een ATC anders dan als add-on duur of weesgeneesmiddel vergoed kreeg die op grond van artikel 3 als zwaar wordt aangemerkt;

    • b. in het jaar voorafgaande aan het berekeningsjaar een ATC als add-on duur of weesgeneesmiddel vergoed kreeg die op grond van artikel 3 als zwaar wordt aangemerkt;

    • c. in het jaar voorafgaande aan het berekeningsjaar een DBC vergoed kreeg die op grond van artikel 3a als zwaar wordt aangemerkt;

    • d. in het berekeningsjaar een ATC anders dan als add-on duur of weesgeneesmiddel vergoed kreeg die op grond van artikel als zwaar wordt aangemerkt of in het jaar voorafgaande aan het berekeningsjaar een ATC als add-on duur of weesgeneesmiddel vergoed kreeg die op grond van artikel 3 als zwaar wordt aangemerkt en in het jaar voorafgaande aan het berekeningsjaar een DBC vergoed kreeg die op grond van artikel 3a als licht wordt aangemerkt; of

    • e. in het berekeningsjaar een ATC anders dan als add-on duur of weesgeneesmiddel vergoed kreeg die op grond van artikel 3 als licht wordt aangemerkt of in het jaar voorafgaande aan het berekeningsjaar een ATC als add-on duur of weesgeneesmiddel vergoed kreeg die op grond van artikel 3 als licht wordt aangemerkt, en in het jaar voorafgaande aan het berekeningsjaar een DBC vergoed kreeg die op grond van artikel 3a als zwaar wordt aangemerkt.

  • 2. Als een chronische groep die geen recht geeft op een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b of c, van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten wordt aangemerkt een in bijlage 2 opgenomen chronische groep waarbij de verzekerde:

    • a. in het berekeningsjaar een ATC anders dan als add-on duur of weesgeneesmiddel vergoed kreeg die op grond van artikel 3 als licht wordt aangemerkt;

    • b. in het jaar voorafgaande aan het berekeningsjaar een ATC als add-on duur of weesgeneesmiddel vergoed kreeg die op grond van artikel 3 als licht wordt aangemerkt;

    • c. in het jaar voorafgaande aan het berekeningsjaar een DBC vergoed kreeg die op grond van artikel 3a als licht wordt aangemerkt;

    • d. in het berekeningsjaar een ATC anders dan als add-on duur of weesgeneesmiddel vergoed kreeg die op grond van artikel 3 als licht wordt aangemerkt of in het jaar voorafgaande aan het berekeningsjaar een ATC als add-on duur of weesgeneesmiddel vergoed kreeg die op grond van artikel 3 als licht wordt aangemerkt, en in het jaar voorafgaande aan het berekeningsjaar een DBC vergoed kreeg die op grond van artikel 3a als licht wordt aangemerkt.

  • 3. Als chronische groep die recht geeft op een hoge tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten wordt aangemerkt een in bijlage 2 opgenomen chronische groep waarbij de verzekerde in het berekeningsjaar een ATC anders dan als add-on duur of weesgeneesmiddel vergoed kreeg die op grond van artikel 3 als zwaar wordt aangemerkt of in het jaar voorafgaande aan het berekeningsjaar een ATC als add-on duur of weesgeneesmiddel vergoed kreeg die op grond van artikel 3 als zwaar wordt aangemerkt, en in het jaar voorafgaande aan het berekeningsjaar een DBC vergoed kreeg die op grond van artikel 3a als zwaar wordt aangemerkt.

  • 4. Binnen een chronische groep wordt slechts de als zwaarste aangemerkte DBC en de als zwaarste aangemerkte ATC die voor de betrokken verzekerde werd vergoed, betrokken bij de bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming bij die chronische groep als bedoeld in het eerste tot en met derde lid.

Artikel 3

  • 1. Als lichte ATC’s als bedoeld in artikel 2, worden aangewezen de in tabel 1 van bijlage 2 genoemde ATC’s met het in de tabel daarbij vermelde minimumaantal verstrekte gestandaardiseerde dagdoseringen, die in de tabel als licht zijn aangemerkt.

  • 2. Als zware ATC’s worden aangewezen de in tabel 1 van bijlage 2 genoemde ATC’s met het daarbij in de tabel vermelde minimumaantal verstrekte gestandaardiseerde dagdoseringen, die in de tabel als zwaar zijn aangemerkt of waarbij in de tabel één receptregel als gestandaardiseerde dagdosering is vermeld.

  • 3. De voor een ATC geldende gestandaardiseerde dagdosering is de daarbij in tabel 1 van bijlage 2 genoemde dosering.

  • 4. In dit artikel wordt verstaan onder: tabel 1 van bijlage 2: tabel 1 van bijlage 2 die geldt voor de tegemoetkoming over het berekeningsjaar.

  • 5. Tabel 1 van een vervangen bijlage 2 blijft van toepassing op de tegemoetkoming waarvoor die tabel gold.

  • 6. Voor het bepalen van het aantal verstrekte gestandaardiseerde dagdoseringen, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen ATC’s binnen een chronische groep met eenzelfde grens voor het aantal dagdoseringen waaraan voldaan moet worden en met eenzelfde weging, bij elkaar worden opgeteld.

Artikel 3a

  • 1. Als lichte DBC’s als bedoeld in artikel 2, worden aangewezen de in tabel 2 van bijlage 2 genoemde DBC’s die in de tabel als licht zijn aangemerkt.

  • 2. Als zware DBC’s als bedoeld in artikel 2 worden aangewezen de in tabel 2 van bijlage 2 genoemde DBC’s die in de tabel als zwaar zijn aangemerkt.

  • 3. In dit artikel wordt verstaan onder: tabel 2 van bijlage 2: tabel 2 van bijlage die geldt voor de tegemoetkoming over het berekeningsjaar.

  • 4. Tabel 2 van een vervangen bijlage 2 blijft van toepassing op de tegemoetkoming waarvoor die tabel gold.

Artikel 4

Als revalidatiecentra als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel e, van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten worden aangewezen de instellingen, genoemd in bijlage 3.

Artikel 5

  • 1. Het aantal behandelingen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel f, onder 2° en 3°, van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten, bedraagt 96.

  • 2. Het bedrag, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel f, onder 1°, 2° en 3°, van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten, is: € 2.862,72.

Hoofdstuk 2. Het aanleveren en verwerken van persoonsgegevens

Artikel 6

  • 1. Zorgverzekeraars als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet, de rechtspersoon, bedoeld in artikel 90a, eerste lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement en indicatieorganen als bedoeld in artikel 9a van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 3 van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten, voor 1 juli van het kalenderjaar waarin de tegemoetkoming wordt uitgekeerd.

  • 2. Gemeenten verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 3, vierde en vijfde lid, van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten, voor 1 maart van het kalenderjaar waarin de tegemoetkoming wordt uitgekeerd.

  • 3. Stichtingen als bedoeld in artikel 9b, vierde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten, voor 15 april van het kalenderjaar waarin de tegemoetkoming wordt uitgekeerd.

Artikel 7

  • 1. Persoonsgegevens die op grond van de wet worden verwerkt, worden door het CAK ingedeeld in verschillende beveiligingsklassen en de verantwoordelijke, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet bescherming persoonsgegevens, zorgt dat voor deze beveiligingsklassen een passend beschermingsniveau wordt getroffen.

  • 2. Bij het verwerken van persoonsgegevens op grond van de wet gaat het CAK periodiek na of de gebruikte systemen aanpassing behoeven teneinde het benodigde beveiligingsniveau te waarborgen.

Artikel 8

Onder het beschermingsniveau, bedoeld in artikel 7, eerste lid wordt in ieder geval verstaan dat:

  • a. het CAK een ieder die persoonsgegevens op grond van de wet verwerkt een afzonderlijke inlogcode met een daarbij behorend password geeft,

  • b. de inlogcode, bedoeld onder a, wordt gekoppeld aan specifieke bevoegdheden die door het CAK aan desbetreffende persoon zijn toebedeeld, en

  • c. bij het elektronisch verstrekken van persoonsgegevens tussen het CAK en de partijen, genoemd in artikel 3, eerste en derde lid, van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten gegevens versleuteld en voorzien van een authenticatiecode worden verstrekt.

Artikel 9

Voor het verwerken van gegevens op grond van de wet wordt door het CAK een calamiteitenplan opgesteld, zodat bij calamiteiten het passend beschermingsniveau wordt gecontinueerd.

Artikel 10

  • 1. Het CAK bewaart de persoonsgegevens die worden verwerkt op grond van de wet niet langer dan noodzakelijk, met een maximum van vijf jaren, en daarna worden de gegevens vernietigd.

  • 2. In afwijking van het eerste lid mogen de gegevens, indien zij worden versleuteld en daardoor niet zijn te herleiden tot een persoon, worden bewaard met het oog op statistische doeleinden.

  • 3. Het CAK registreert het verwerken van persoonsgegevens op grond van de wet en bewaart deze registratie gedurende vijf jaren.

Hoofdstuk 3 [Vervallen per 01-01-2013]

Paragraaf 3.1 [Vervallen per 01-01-2013]

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2013]

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2013]

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2013]

Paragraaf 3.2 [Vervallen per 01-01-2013]

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2013]

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2013]

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2013]

Hoofdstuk 4. Financiering zorgverzekeraars

Artikel 17

  • 1. De vergoeding, bedoeld in artikel 5, negende lid, onderdeel c, van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten bedraagt voor het jaar 2012 per zorgverzekeraar het product van € 256.000 en het totaal aantal ingeschreven verzekerden bij die zorgverzekeraar, gedeeld door het aantal verzekerden.

  • 2. Voor het aantal ingeschrevenen wordt uitgegaan van het aantal verzekerden in de maand mei van het desbetreffende kalenderjaar.

  • 3. Indien op grond van de door een accountant goedgekeurde jaarrekening betreffende de uitvoeringskosten van de wet, blijkt dat het bedrag, bedoeld in het eerste lid, te hoog of te laag is vastgesteld, wordt dit bedrag gecorrigeerd voor de werkelijke kosten en verrekend met de vergoeding van het volgende kalenderjaar.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 18

  • 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2009.

  • 2. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst wordt uitgegeven na 30 december 2008 treedt deze regeling, in afwijking van het eerste lid, in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin deze regeling is geplaatst.

  • 3. In het geval, bedoeld in het tweede lid, werken de artikelen 7, 8 en 9 terug tot en met 1 januari 2009.

Artikel 19

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten.

 

 

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
M. Bussemaker
.

 

 

Bijlagen niet opgenomen