BESLUIT van 29 december 2008, Stb. 2008, 607, houdende regels inzake de tegemoetkomingen voor chronisch zieken en gehandicapten (Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten). Inwerkingtreding: 1 januari 2009 (Stb. 2008, 608).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 5 december 2008, kenmerk DWJZ/SWW-2898267, gedaan mede namens Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Financiën;
     Gelet op de artikelen 2, eerste lid, 5, derde lid, 10, derde lid en 11, tweede lid, van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten, artikel 6, derde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, artikel 15, derde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning, artikel 6.1, vierde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 en artikel 34 van de Wet op de loonbelasting 1964;
     De Raad van State gehoord (advies van 18 december 2008, nr. W13.08.0534/I);
     Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 23 december 2008, kenmerk DWJZ/SWW-2903248, uitgebracht mede namens Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Financiën;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

Hoofdstuk 1. Definities en algemene bepalingen

Artikel 1

Voor de toepassing van de artikelen 2 tot en met 5 en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a. de wet: de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten;

  • b. chronische groep: een voor de verzekerde vergoede ATC of DBC, of een combinatie van een vergoede ATC en DBC die gebruikt wordt bij de behandeling van een specifieke chronische aandoening;

  • c. ATC: farmaceutische zorg die wordt geregistreerd met een ATC (Anatomical Therapeutic Chemical Classification) als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel j, van de Regeling zorgverzekering;

  • d. DBC: diagnose behandeling combinatie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel m, van de Regeling zorgverzekering;

  • e. indicatiebesluit: een besluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van het Zorgindicatiebesluit;

  • f. zorgverzekeraar: een zorgverzekeraar als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet;

  • g. militair: een militair ambtenaar in werkelijke dienst als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, juncto onderdeel b, van de Militaire ambtenarenwet 1931, dan wel een militair aan wie buitengewoon verlof met behoud van militaire inkomsten is verleend.

Artikel 1a [Vervallen per 17-11-2010]

Hoofdstuk 2. Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten

Artikel 2

  • 1. De tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet, bedraagt € 290 indien de rechthebbende in het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft, de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt of pensioengerechtigd is geworden, onderscheidenlijk € 145 indien de rechthebbende in het gehele jaar pensioengerechtigde was, de rechthebbende niet is overleden in het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft, en:

    • a. één of meer tot een bij ministeriële regeling aangewezen chronische groep, die recht geeft op een lage tegemoetkoming, behorende

      • ATC’s anders dan als add-on duur of weesgeneesmiddel in dat jaar vergoed kreeg, of

      • ATC’s als add-on duur of weesgeneesmiddel in het jaar voorafgaande aan dat jaar vergoed kreeg, of

      • DBC’s in het jaar voorafgaande aan dat jaar vergoed kreeg;

    • b. één of meer tot twee of meer bij ministeriële regeling aangewezen chronische groepen, die afzonderlijk geen recht geven op een tegemoetkoming, behorende

      • ATC’s anders dan als add-on duur of weesgeneesmiddel in dat jaar vergoed kreeg, of

      • ATC’s als add-on duur of weesgeneesmiddel in het jaar voorafgaande aan dat jaar vergoed kreeg, of

      • DBC’s in het jaar voorafgaande aan dat jaar vergoed kreeg;

    • c. voor rekening van zijn zorgverzekeraar een bij ministeriële regeling aangewezen hulpmiddel in een bij die regeling te bepalen periode heeft verkregen of heeft laten repareren en een tot een bij ministeriële regeling aangewezen chronische groep, die geen recht geeft op een tegemoetkoming, behorende

      • ATC anders dan als add-on duur of weesgeneesmiddel in dat jaar vergoed kreeg, of

      • ATC als add-on duur of weesgeneesmiddel in het jaar voorafgaande aan dat jaar vergoed kreeg, of

      • DBC in het jaar voorafgaande aan dat jaar vergoed kreeg;

    • d. op 31 december van dat jaar heeft beschikt over een indicatie voor het gedurende dat jaar gebruiken van een rolstoel op grond van artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de Wet maatschappelijke ondersteuning;

    • e. in het jaar voorafgaande aan dat jaar van zijn zorgverzekeraar geneeskundige zorg gericht op revalidatie in een bij ministeriële regeling aangewezen instelling, vergoed heeft gekregen;

    • f. in dat jaar: